Visie
Teksten over het werk van Renier Padje van:
Tanja Smeets
Taco Stolk
Floor Boogaart
Rob van de Werdt
Een 4 meter lange rij met druipende ijszakjes langs de muur. De lekkende zakjes vormen kleine gekleurde stroompjes langs de muur. Smeltend waterijs. Water en kleurstof. Op de vloer ontstaat een grote plas water en daarin een mix van kleuren.
Renier wil in zijn werk processen zichtbaar maken. Smelten, vloeien, vervormen, verrotten, verhitten.
Hij laat in zijn beelden de veranderingen en bewegingen zien die daardoor ontstaan. In eerste instantie is zijn onderzoek gericht op die pijlers: het (oncontroleerbare) proces, de tijd, de transformatie. Hij laat honing van een schilderij druipen. Maakt schilderijen met drop en drippings van gesmolten kinderijsjes. Het publiek moet ter plekke aanwezig zijn om getuige te kunnen zijn van het beeld dat ontstaat. Renier is geďnteresseerd in het filmische, meer dan in een statisch beeld.
Na deze onderzoeken is hij verf gaan frituren, daaruit ontstonden koraalachtige felgekleurde vormen.
Voor zijn eindexamen ging hij naar aanleiding van het frituren, pizza’s en magnetron maaltijden van verf maken die hij presenteerde in een winkelwagen. De nadruk kwam te liggen op het ontwerp van de verpakking en de presentatie. Dit ging een grotere rol spelen dan het oorspronkelijke onderzoek.
NP3
In het atelier zweeft een grote bos met helium gevulde ballonnen, daaraan komen tijdens de eindpresentatie zakjes met gekleurde ijsjes te hangen. Door een gaatje in het zakje zal het smeltwater naar buiten druppelen. Aan de muur hangen 2 radiatoren. Daarin zijn glinsterende sporen van opgedroogd gesmolten ijs te zien en stokjes uit de ijsjes. Op de grond ligt een rechthoekig “tapijt” van suikerklontjes, gekleurd door gesmolten ijs. Erbovenop liggen de ijsstokjes. Aan de wand hangt schuin een witte rok, waarop rode ijsvlekken te zien zijn.
Het lijkt alsof Renier naar dragers zoekt voor de amorfe materie die hij gebruikt voor zijn beelden.
Hij zoekt die dragers in vastere vormen, bijvoorbeeld textiel, kleding, suikerklontjes, of in het extreemste geval, de magnetron maaltijden. Hoeveel dragers heb je nodig om het proces, de beweging en de verandering te laten zien? En heb je die vaste vorm wel nodig? Het lijkt alsof hij niet vertrouwd op het onderzoek zelf en de beelden die daaruit voortvloeien.
Over dit dilemma hebben wij tijdens mijn tweede bezoek gesproken. Wanneer zijn werkelijke fascinatie uitgaat naar het zichtbaar maken van een proces van verandering, op wat voor manier wordt dit dan echt helder? Hij noemt zelf een performance met auto’s die door plassen verf rijden. Dan ontstaat het beeld vanuit de handeling, zonder er ingrediënten bij te halen die afleiden van het oorspronkelijke onderzoek.
Dit lijkt mij een heel goed uitgangspunt voor vervolgonderzoek. Daarom denk ik dat de werkperiode bij NP3 heel goed is geweest, hij heeft zijn beweegredenen onderzocht, ook door hele verschillende gesprekken aan te gaan met coaches. Aan het eind van de werkperiode leidde dit ook tot conclusies en keuzes, die -hopelijk!- zichtbaar worden in volgende werken. Ik vond de gesprekken met Renier erg leuk en voor mij was het bijzonder om twee middagen de tijd te hebben om het werk en Reniers ideeën te leren kennen.
Tanja Smeets
Het werk van Renier Padje balanceert op verschillende tegenstellingen. Het bezit een overduidelijke, kleurige speelsheid waardoorheen een zekere duistere vernietigingsdrang zichtbaar is. Het heeft een strakke, geometrische basis die weer teniet wordt gedaan door de processen die Renier op zijn constructies loslaat. Bovendien heeft het werk een duidelijke conceptuele signatuur, terwijl er tevens een onontkoombare anekdotiek in wordt gesuggereerd.
Die dubbelheden dragen zeker bij aan de frisheid van Reniers werk, maar kunnen ook een valkuil blijken. De aanschouwer van het werk kan soms niet helemaal zijn/haar vinger leggen op de bedoelingen van het werk. Renier zelf geeft bijvoorbeeld aan niet bezig te (willen) zijn met het anekdotische aspect van het werk. Door het gebruik van herkenbare elementen uit de wereld, zoals waterijsjes, suikerklontjes en ballonnen, moet de kijker echter vanzelf denken aan (verstoorde?) vrolijke jeugdherinneringen. Dat kan een spannend element aan het werk toevoegen, mits hier bewuster mee wordt gecomponeerd. Om het weg te nemen, zoals Renier wil, kan beter worden gewerkt met elementen die minder connotaties op dit soort vlakken hebben.
Dat heeft een bijkomend voordeel, en dat is dat het vormonderzoek op die manier een groter draagvlak kan krijgen: abstractere vormen nodigen uit tot meer experimentatie met de basale fysische processen waarmee Renier graag werkt. Een formeler onderzoek naar eenvoudige processen uit de schei- en natuurkunde kan het werk naar een hoger plan trekken zonder dat het daarmee hoeft in te boeten aan vrijheid van vorm.
Een samenhangend aspect is Reniers gebruik van toevalsprocessen. Werken met toeval is veel lastiger dan men meestal beseft. Puur toeval straalt, paradoxaal genoeg, vrijwel altijd hetzelfde uit: niets. Vanuit het (op zichzelf interessante) idee om een zekere objectiviteit in het werk te bereiken dreigt het nu hier en daar onverschilligheid in de vorm uit te stralen. De truc is om toeval altijd zorgvuldig 'in te kaderen': precies te bepalen binnen welke grenzen het toeval zijn gang kan gaan. Hierdoor wordt de schoonheid van het toevalsproces juist meer benadrukt en het effect van objectiviteit beter belicht. Een andere oplossing is om niet met puur toeval te werken, maar met algoritmes. Een eenvoudig algoritme kan al leiden tot verrassende vormvariaties, die daarbij zeker ook de gewenste objectiviteit laten zien.
Als Renier energie steekt in de ontwikkeling van deze aspecten denk ik dat zijn oeuvre een zeer interessante wending kan nemen. Zijn huidig werk heeft vele kanten die me erg bekoren. Ik bouwde snel een relatie op met de getoonde werken. Bovendien heeft Reniers aanpak volgens mij een groot groeipotentieel. Daarvoor is wel gerichtere studie en onderzoek nodig. Maar dat is sowieso de leukste kant van het kunstenaarschap.
Taco Stolk
IJsvlekken kunnen doorgaans smerig aandoen maar kunstenaar Renier Padje maakt er soms pure poëzie van. Hij heeft de PROMO-ruimte van NP3 afgelopen periode namelijk omgetoverd tot een gestileerde huiskamerachtige setting waarin Padje het smeltproces van banale waterijsjes op experimentele wijze onderzoekt. De spierwitte ‘huiskamer’vormt de drager van kleurrijke ijsvlekken die langzaam de ruimte insluipen. Gemuteerde ijsdruipers en achtergebleven ijsstokjes – soms met aangehechte fruitvliegjes - zijn het resultaat van gebeurtenissen die we niet hebben zien plaatsvinden. Ze vertellen slechts het plot maar laten het ontstaansverhaal achterwege. Er is een verstild moment ontstaan waarin contact met vervlogen tijd wordt gemaakt. Maar hoe maak je dat transformatieproces van het ijs inzichtelijk voor de toeschouwer? Dit is een vraag die Padje tijdens zijn PROMO-periode onderzoekt door diverse proefjes met ijs uit te voeren. Hij zoekt op uiteenlopende wijze naar antwoorden. Zo heeft de kunstenaar bijvoorbeeld waterijsjes laten smelten op een rechthoekige, liggende drager bestaande uit suikerklontjes. Het resultaat is een soort raster waarin het vloeiproces van het ijs wordt uitgekristalliseerd. Dit suikerblok brengt het verloop van de vloeirichting helder in kaart richting de toeschouwer. Ook korte filmpjes waarin het smeltproces versneld wordt afgespeeld bieden meer inzicht. Daarnaast heeft Padje een aantal eenvoudige objecten in de ruimte geplaatst die het karakter van de huiskamer benadrukken, zoals een radiator, een stoel, kleding, en een wit gespoten plant. Op deze objecten heeft Padje ook ijsjes de vrije loop gelaten, gestolde smeltvloeisels blijven achter, die naarmate de tijd vordert intenser worden. De vloeibare uitlopers zijn een relatie aangegaan met de witte alledaagse attributen in de ruimte. Renier Padje zoekt naar de balans in een lading die een object heeft en een lading die het ijs in relatie tot het attribuut heeft. Hiermee doet de kunst van Padje ergens denken aan het werk van Zeger Reyers, die bijvoorbeeld zwammen uit meubels en apparaten liet groeien. In zijn werk combineert Reyers dode objecten, met organische levende materialen. Techniek en biologie worden op een niet functionele manier bij elkaar gebracht. Hoewel het werk van Reyers een inspiratiebron vormt, moeten de attributen in het werk van Padje niet teveel aandacht vragen. Hij geeft de voorkeur aan objecten die niet opvallen in een ruimte, die er eigenlijk altijd al gewoon zijn.
Terug naar de PROMO-ruimte waar Renier Padje als het ware een mini universum heeft gecreëerd waarin een abstracte versie van de natuur wordt nagebootst. Naar eigen zeggen vormt de natuur in al haar facetten het belangrijkste uitgangspunt voor Padje’s werk; De esthetiek of juist de weerzin waarin de natuur zich steeds weer aan ons toont vormen de basis van mijn kunst. Wat mij zo mateloos boeit aan de natuur is het proces waaraan ze al haar producten onderhevig laat zijn. In het bijzonder de chemische processen van bijvoorbeeld ijs dat door een verwarmde omgeving muteert tot water, aldus de kunstenaar. Alles draait om het inzichtelijk maken van natuurlijke en chemische processen in zijn wereld. Materialen vloeien in zijn werk van de ene toestand naar een andere toestand van zijn.
Renier Padje beschouwt zichzelf als een alchemist die proefondervindelijk te werk gaat met allerlei processen waarbij toeval en wetmatigheid elkaar voortdurend beďnvloeden. Een zoektocht naar het onverwachte. Veel wordt in zijn werk aan het lot overgelaten. Het spelenderwijs ontdekken en openstaan voor wat er gebeurt, vormt een belangrijk onderdeel van zijn werk. Er is veel ruimte voor experiment. Toch is het niet allemaal willekeurig wat hij doet. Renier Padje probeert het proces wel te sturen of te manipuleren. De menselijke aanwezigheid is duidelijk zichtbaar in zijn kunstwerken doordat Padje de smeltpatronen op een zeer gestructureerde en gecontroleerde wijze presenteert, dat maakt het minder ‘natuurlijk’ van karakter. Het is een wisselwerking tussen het materiaal en de kunstenaar; of zoals hij het zelf noemt een ‘jamsessie’. Door zeer bewuste keuzes te maken in de uitgangspunten bij het maken van de patronen ontstaat er ‘iets’.
Een opmerkelijk gegeven is dat Padje zichzelf naast alchemist ook als schilder beschouwd. In de zomer van 2008 studeerde Renier Padje af aan de Academie Minerva. De eerste twee jaar van de kunstacademie concentreerde hij zich hoofdzakelijk op schilderijen waarin abstractie centraal stond maar gaandeweg concludeerde Padje dat het materiaal voor hem een te vernauwend karakter heeft. Er is al veel gedaan met verf door de eeuwen heen en daar had Padje naar zijn idee nog weinig aan toe te voegen. Met deze conclusie op zak begon hij zijn zoektocht naar andersoortige materialen als, drop, tandpasta, honing, koffie, tuinkers,en fruit als bruikbaar materiaal voor zijn werk. Het zorgde voor een grote ommezwaai in Padje’s artistieke ontwikkeling. Deze buitenschilderkunstige materialen benaderde hij wel als verf, door ze toe te passen op traditionele dragers. Zo bracht hij bijvoorbeeld een grote hoeveelheid honing aan op een linnen doek, liet het geheel invriezen en bevestigde het doek vervolgens aan de wand, waardoor de honing zijn eigen uitweg zocht door uit het doek naar beneden te sijpelen. Prachtige foto’s zijn slechts een restant en zijn getuigen van dit proces. Dit materialenonderzoek vormde voor Padje een aanzet om te gaan experimenteren met ijs. In het derde jaar van de academie bevestigde hij in plastic verpakte ijsjes aan de wand met punaises, door de warmte droop het ijswater naar beneden via de muur halverwege de vloer. Wat overblijft, is een soort aquarel bestaande uit smeltpatronen die door het tijdsverloop in elkaar over vloeien en van kleur veranderen.
Na dit ijsexperiment stapte Padje toch weer over op het medium verf door allerhande soorten fruitstukken te gaan beschilderen. Wat voor een vervreemdend effect zorgt, het fruit krimpt door het rottingsproces maar het behoud een frisse kleur door de verf. Voor zijn eindexamen zette hij het medium verf wel op zeer ludieke wijze in, namelijk; hij begon verf te vermengen met ei en ging het vervolgens bakken. Hij presenteerde het onder de merknaam Painteat; voeding voor de geest. In mooi grafisch vormgegeven magnetronbakken of pizzadozen werden deze aan het publiek aangeboden. Deze vorm van presentatie lijkt een knipoog naar het business-art werk van de Nederlandse kunstenaar Servaas die in de jaren tachtig een handel begon in ingeblikte vislucht. Volgens Padje lag de nadruk in zijn eindexamenproject teveel op het eindproduct in plaats van het maak of transformatieproces, en was dus niet helemaal naar zijn eigen tevredenheid, maar het businessart- aspect blijft Renier Padje wel trekken. Op het moment dat ik hem interview fantaseert hij om de overblijfselen van zijn PROMO-presentatie in te blikken en die tentoon te stellen. Is er nu een nieuwe Servaas opgestaan?
Floor Boogaart
Verslag van enkele bezoeken aan de PROMOactiviteiten van Renier Padje in NP3 te Groningen.
Na de uitnodiging van Renier bezoek ik zijn website en maak kennis met zijn werk. Het werk refereert voor mij sterk aan schilderkunst en door het gebruik van consumptieartikelen aan pop-art. en de minimal-pop van Thomas Rentmeister.
Daarnaast vraag ik me af of het werk ook een geëngageerd aspect in zich heeft door het inzetten en verspillen van voedsel. Het zijn mooie voorbeelden die passen in de traditie van conceptuele schilderkunst. Drop, honing, tandpasta, koffie en ijs worden ingezet als verf. Tijdens zijn eindexamen lijkt hij definitief af te rekenen met de traditionele schilderkunst door verf als voedsel in te zetten; gebakken, gevuld, verpakt en te koop aangeboden.
De referentie aan de schilderkunst, het conceptuele en het zinloze, verspillende karakter in het werk spreken mij aan. Uit de geschreven visie op de site spreekt vooral zijn fascinatie voor natuurlijke processen. Ik mis de referentie met schilderkunst en de relativering dan wel het engagement. Naast de verhouding tot de schilderkunst spelen aspecten zoals humor, onderzoek en de fascinaties voor het proces een rol. Ik ben nieuwsgierig geworden naar de intenties van de kunstenaar en hoe hij deze wil inzetten en naar buiten toe wil communiceren.
Voor PROMO heeft Renier het smelten van waterijs als uitgangspunt gekozen. Hij heeft hier al eerder een werk mee gemaakt waarbij hij de ijsjes laat smelten nadat hij ze op een lijn aan de muur heeft gehangen. Het heeft gelijkenis met het werk van Morris Louis en Eric de Nie behalve dan dat de verf nu gesuikerd en gekleurd water is geworden.
In NP3 heeft hij een witte ruimte gecreëerd, die refereert aan leefruimte bestaande uit o.a. een witgemaakte bank en plant. De ruimte dient als basis en vormt de drager voor het smelten van de waterijsjes. Het beeld ontstaat doordat de smeltende kleurstof van de ijsjes zijn weg zoekt langs de in de ruimte aanwezige geabstraheerde voorwerpen. Het lijkt me een goed idee en ben nieuwsgierig hoe de compositie van het werk overgeleverd wordt aan de vorm van de drager, het interieur. Ik vraag me wel af hoe lang het smelten van waterijs interessant blijft en of de mogelijkheden niet snel uitgeput raken.
Daarnaast ben ik nieuwsgierig hoe het onderzoek, het schilderkunstige aspect en het procesmatige zich verhouden binnen het werk. De verhouding tot de schilderkunst is helder. Maar het onderzoeksgehalte vraagt meer feitelijk resultaat; wat zijn de doelen en wat de resultaten van het onderzoek. In hoeverre levert het resultaat genoeg stof op om het onderzoek te verfijnen en te verdiepen. De aanzet tot onderzoek lijkt er wel te zijn, maar de uiteindelijke aandacht ligt dan toch bij de fascinatie voor het proces en niet zozeer bij de resultaten van het proces. De fascinatie voor de schoonheid van het smelten van het ijs en de reactie van de vloeistof.
Via de site volg ik de ontwikkelingen. Het smelten van het ijs in witte kleding leveren een paar bijzondere resultaten op. Het rokje waarbij de ijsjes in de zakken zijn gesmolten is geraffineerd opgehangen zodat het proces minder op de voorgrond treedt en de verwijzing naar de schilderkunst groter wordt. Dat geldt ook voor de verwarmingselementen waarop ijsjes zijn gesmolten, door de maat en hoe ze zijn opgehangen lijken het schilderijen geworden.
Het werk gaat Natuurlijk over meer dan schilderkunst. Er worden verschillende aanzetten tot onderzoek verricht o.a. door het smelten van andere soorten ijs.
Het meest feitelijke en formele onderzoek gaat over hoe verschillende soorten papier ecoline aanzuigt en doorlaat. Maar ja, er zijn veel soorten papier,verf en inkten om er een onderzoek van te maken. Volgens mij ligt de fascinatie van Renier niet bij dit soort onderzoek. Het proces van het smelten van de ijsjes is altijd en overal aanwezig maar lijkt vooralsnog een secundaire rol te hebben. Behalve bij het vlak suikerklontjes waarop het ijs gesmolten wordt krijgt het proces prioriteit, door het steeds opnieuw smelten raak je gefascineerd hoe het gekleurde suikerwater zich over het suikerveld verspreidt en langzaam de ondergrond wegvreet en oplost. Ook bij de video-opnamen van het smeltproces is de focus alleen op het proces gericht en spelen andere interpretaties geen rol. Door meerdere opnames van smeltende ijsjes te tonen zou het onderzoekende karakter en de fascinatie voor het proces benadrukt kunnen worden. Een ijsje smelten geeft blijk van verwondering, tien ijsjes smelten laten de fascinatie zien en geven onderzoek aan.
In de eerste maand heeft Renier veel mogelijkheden uitgeprobeerd. Ik had niet verwacht dat er zoveel uit waterijsjes als materiaal te halen valt. Nog steeds kan ik er niet de vinger op leggen waar de werkelijke intenties van Renier liggen. De ene keer bij het onderzoek, de andere keer bij de schilderkunst en altijd weer bij die fascinatie voor het proces. Het blijft voor mij een mysterie hoe de fascinaties zich tot de relativerende houding van de kunstenaar en de humor in het werk verhouden.
Ik wil er achter komen waar de drijfveren liggen. Het gaat hierbij niet om het werk te kunnen analyseren of omdat ik vind dat er keuzes gemaakt moeten worden. Het lijkt me van belang om bewust te zijn wat de intenties zijn van je werk. Het voordeel is dat je de invalshoeken kunt inzetten of gebruiken om gemakkelijker keuzes te maken, scherpte aan te brengen, accenten te leggen, de puntjes op de i te zetten of om er inspiratie uit te putten.
Na twee lange sessies zijn we tot de conclusie gekomen dat het werk ontstaat vanuit een schilderkunstige basis maar niet over schilderkunst gaat. Onderzoek speelt wel een rol maar het draait vooral om de fascinaties voor het proces, met name voor het esthetische karakter ervan. Het resultaat is bijzaak. De intenties en daarmee de essentie van het werk ligt in de schoonheid van de processen besloten. Waarschijnlijk zijn kunstenaars als Jan van Munster, Benoit Goupy, Zeger Reyers of zelfs Olafur Eliasson interessant om eens te bestuderen.
Bij de eindpresentatie werd ik toch weer verrast door een nieuw idee. Ballonnen met ijsjes, als een wolkendek waaruit het gekleurd water regent. Een poëtisch beeld, verhalend en met humor gebracht en het proces ondergeschikt aan het idee. Natuurlijk zou het groots en meeslepender kunnen worden gepresenteerd door het plafond van de ruimte volledig te bedekken met ballonnen en honderden ijsjes een ware stortbui te laten veroorzaken. Een mooi idee om elders nog eens uit te voeren in volle glorie.
Ik ben benieuwd naar de ontwikkelingen, hoe de schoonheid, esthetiek, alchemie of het spel met schilderkunst in de toekomst zullen worden ingezet. De humor en relativerende houding lijken me een goede basis te vormen om de fascinaties binnen het fenomeen kunst kracht bij te zetten.
Trouwens mijn nieuwsgierigheid wordt nog steeds geprikkeld door het idee van de kleurstof spuitende plantensproeiers. Of toch in het kleurrijk blussen van dat brandje. Hou me op de hoogte.
Rob van de Werdt